Van wie is het verhaal? Édouard Louis, Weg met Eddy Bellegueule en Geschiedenis van geweld

Eddy’s homoseksualiteit is lot, is een onweerstaanbare natuurkracht, die zich praktisch vanaf zijn geboorte manifesteert; en dat in een omgeving waarvoor voor zijn soort mensen volstrekt geen plaats is. Niet dat er door de stoere jongens in het dorp geen homoseksuele handelingen worden verricht, maar aan hen kleeft dat niet; “de misdaad bestaat niet uit het doen, maar uit het zijn. En vooral uit het eruitzien als” (150). Eddy is een open boek voor zijn omgeving, en als hij probeert via vriendinnetjes te bewijzen dat hij normaal is, houdt hij niemand lang voor de gek; zijn lichaam weigert dienst in bed, zelfs wanneer hij zich voorstelt overweldigd te worden door potige mannen. Zijn poging laat alleen een gekwetst meisje achter.

Weg met Eddy Bellegueule moet het niet hebben van spanning of dynamiek: onmiddellijk en definitief staat vast dat er voor Eddy geen ontsnappen aan zichzelf is, dus dat de enige redding kan komen van ontsnapping aan zijn omgeving – en helemaal aan het eind vindt die plaats. De hele periode tot aan Édouards studietijd laat zich intussen samenvatten door de eerste zin: “Aan mijn kinderjaren bewaar ik geen enkele goede herinnering.” (9) Alle overige anekdotes en bespiegelingen illustreren slechts de uitzichtloosheid van het dorp waarin Eddy opgroeit in het algemeen, en het geweld en de vernederingen die hem ten deel vallen in het bijzonder. De twee zijn gekoppeld, anders is de effectiviteit van de ontsnapping niet verklaarbaar, is niet verklaarbaar waarom Édouard er aan het eind van het boek wel om kan lachen voor homo uitgemaakt te worden.

De homofobie van zijn ouders, de pesterijen van de twee jongens op school, het machogedrag dat de norm is onder alle mannen, het geweld waarvan alles doordrenkt is; kortom, wat het Eddy onmogelijk maakt zichzelf te zijn is een functie van de armoede en de sociologie van het dorp. Problemen en gebrek zijn structureel: “[Mijn moeder] besefte niet dat haar familie, haar ouders, haar broers en zussen, zelfs haar eigen kinderen en zogoed als alle dorpsbewoners dezelfde problemen hadden gekend en dat wat zij dus fouten noemde in werkelijkheid de meest perfect[e] uitdrukking was van de gewone gang van zaken.” (61) Édouard Louis observeert die mechanismen met antropologisch detail, oordeelt met sociologische distantie, maar komt altijd uit bij compassie. Als zijn moeder zegt “Ik hou van een beetje lol, ik hang de nette dame niet uit, ik ben een gewoon mens” (64) stoot hij eerst door de taal heen naar het gebrek achter die performatieve uitspraak – “ik weet niet wat er in haar omging als ze zulke dingen zei. Ik weet niet of ze loog, of verdrietig was”; even verderop legt hij uit dat hij de samenhang in haar denken heeft moeten leren zien. Hij moet zich ervan weerhouden nu, eenmaal ontsnapt, op het dorp neer te kijken.

Omdat Eddy en het dorp volledig transparant zijn voor de auteur en de auteur volledig meester over de interpretatie, valt er stilistisch niet erg veel te beleven; Weg met Eddy Bellegueule is meeslepend maar monotoon. Dat laatste laat zich niet zeggen over Geschiedenis van geweld. Dat is een diep filosofische tekst, een verslag niet alleen van een wurging en verkrachting, maar ook en vooral van de strijd om meester te blijven over dat verhaal – waarbij dat ‘meester blijven’ dan eigenlijk weer de macht zou moeten inhouden dat verhaal kwijt te raken, het juist niet meer te hoeven dragen.

Ik dacht: ze zal nooit kunnen begrijpen dat mijn verhaal mijn dierbaarste bezit is en tegelijk het verst van me af lijkt te staan, met het meest oneigen lijkt, dat ik het tegelijk uit alle macht tegen mijn borst klem uit angst dat het me ontrukt wordt maar dat ik verder alleen maar walging voel, de diepste walging, als iemand dicht bij me komt en fluistert dat het mijn verhaal is, dat ik het in het stof zou willen gooien en weglopen zodra iemand me eraan herinnert. (164)

De eenvoudigste manier waarop die spanning rond het bezit van het verhaal gepresenteerd wordt is doordat de stem van Édouard zelf wordt afgewisseld met die van zijn zus; het grootste deel van het boek zien we hem aan de deur luisteren naar zijn zus die aan haar man zíjn verhaal vertelt – het verhaal dat hij haar verteld heeft, met haar commentaar, haar begrip en onbegrip, en haar associaties, eventueel weer geannoteerd door Édouards associaties bij háár verslag. “En toen zei hij Ik had een hekel aan andere mensen, ik weet best dat dat zinloos is Clara maar ik werd die ochtend wakker met de gedachte dat ik een hekel had aan andere mensen (ik dacht: hoe kunnen jullie). / Ik keek daar wel van op hoor.” (20)

Het vertellen zelf van het verhaal is het leidmotief in het boek; fantasieën het over volstrekte vreemden uit te storten, een “praatmanie” meteen al op de eerste ochtend in het ziekenhuis, tegen een medewerker (28). De tweede omgeving waarin we het verhaal stapsgewijs te horen krijgen is op het politiebureau, en dat ligt ingewikkeld. Weliswaar is het daar Édouard zelf die zijn verhaal doet, maar de macht ligt niet bij hem – hij is er eigenlijk tegen zijn wil, en beschrijft de aansporingen van twee goede vrienden om een aanklacht in te dienen in de taal van verkrachting: “ze willen je vereenzelvigen met een verhaal dat niet het jouwe is, ze willen je een verhaal laten brengen dat je niet hebt gewild […] Ze zijn Reda. Als Reda de naam is van het moment waarop je moest beleven wat je niet wilde beleven […] ik zie het verschil niet, ik zie niets anders, ze zijn een verlengstuk van Reda, ze zijn Reda” (168).

Op het politiebureau is het probleem in eerste instantie juist dat niemand het verhaal wil aannemen; tot twee keer toe stopt een agent met typen en luisteren omdat het verhaal te heftig is en ze niet competent is het aan te nemen. Tot de twee agenten aan wie Édouard het uiteindelijk vertelt, heeft hij een zeer ambivalente relatie: ten eerste omdat ze hun professionele en onprofessionele oordelen injecteren in het verhaal, zoals hun onbegrip dat Édouard een wildvreemde in zijn flat binnenliet, en een hardnekkige neiging tot racisme waarbij ze Édouards verkrachter tot een Arabier maken, die hij eigenlijk niet is. Maar ten tweede omdat hun vragen zijn verhaal vormen, en hij er daardoor grip op verliest: “ik voelde dingen verdwijnen als ze niet op het goede moment werden gezegd, onherroepelijk, zonder mogelijkheid van terugkeer, de waarheid verwijderde zich, glipte weg, ik voelde dat elke uitspraak die werd gedaan in aanwezigheid van de agenten andere uitspraken voor meteen daarna en voor altijd onmogelijk maakte” (87).

De macht waarin Édouard zich bevindt wordt duidelijk wanneer hij zegt dat hij spijt heeft gekomen te zijn en weg wil; de agenten glimlachen vriendelijk en geven hem te kennen dat dat niet meer aan hem is. “Ik begreep die avond niet hoe het mogelijk was dat mijn relaas niet meer van mij was [..] dat wil zeggen dat ik was uitgesloten uit mijn eigen verhaal en er tegelijk in was ingebed omdat ik tegen mijn zin werd gedwongen er aan één stuk door over te praten” (45) Aan de andere kant zijn de agenten een “cruciale steun” simpelweg omdat ze een luisterend oor bieden; “het staat buiten kijf dat ze me hebben geholpen […] en nadien bleven mijn woorden het spoor dragen van die mogelijkheid die zij in mijn mond hadden verwezenlijkt.” (82)

Dit soort gewichtige, theatrale taal is de norm in beide boeken; maar omdat Édouard hier niet alleen zelf aan het woord is, wordt er aan zijn eigen betekenisgeving soms tegenwicht geboden, met als mooiste voorbeeld zijn zus die vertelt hoe Édouard steeds kijkt hoe laat het is: “Hij zegt zo van dat hij helemaal nergens meer toe in staat is omdat hij zich niet kan oriënteren en hij zich voelt alsof hij midden in de tijd verdwaald is en dat hij niks kan doen, dat het hem verlamt. O, dacht ik toen hij me dat vertelde, ik dacht Jij doet ook overal moeilijk over hè. Midden in de tijd, eerlijk waar, ik zweer je. Wat een mens niet allemaal moet aanhoren.” (92)

De ironie blijft wel een uitzondering; meestal is de toon, net als in Weg met Eddy Bellegueule, tragisch, op een manier die de komedie uitsluit – leed is totalitair, stelt Louis aan het begin van het eerste boek. Maar door de stemmen van de anderen, met name zijn zus die hem uitlacht als hij over filosofie begint, kent de auteur in Geschiedenis van geweld wel een vergaande zelfrelativering. Die is juist verschrikkelijk, want ze betekent dat het denkbaar wordt zich de eigen begrafenis voor te stellen; de plek bij uitstek waarop het verhaal door anderen wordt verteld, waarop het ongeveer zal klinken als “die van Bellegueule dus, die is vermoord door een Arabier die hij mee naar huis had genomen om dingen te doen […] Wat een pechvogel evengoed, dat had hij niet verdiend” (151). Daar weigert Louis terecht humor in te zien.

Citaten

“in haar stem klonk zonder meer angst, en de ontsteltenis die waarneembaar is bij mensen die plotseling met krankzinnigheid geconfronteerd worden  Wat voer je dan de hele dag uit, als je geen tv hebt? / Ze drong erop aan dat ik net als mijn broers en zussen televisie zou kijken.” (Eddy, 55)

([…] als taal kenmerkend voor de mens is, dan weet ik niet wat ik was in die vijftig seconden waarin hij me vermoordde.) (Door een vreemde omkering is het op dit moment juist tegengesteld, precies het tegendeel, ik heb alleen de taal nog en de angst ben ik kwijt […].)” (Geschiedenis, 116)

“ik dacht: waarom krijgen de verliezers van de Geschiedenis het opgelegd daarvan te getuigen – alsof het niet genoeg was dat ze de verliezers zijn, waarom moeten de verliezers ook nog getuigen van het verlies, waarom moeten ze het verlies ook nog blijven navertellen totdat ze uitgeput zijn, hoewel ze uitgeput zijn, ik ben niemands beschermer, dit is niet eerlijk, en ik dacht, nog steeds zonder iets te zeggen: nee, het is juist omgekeerd, het omgekeerde zou moeten gebeuren, je zou het recht moeten hebben te zwijgen, wie het geweld hebben ervaren zouden het recht moeten hebben er niet over te spreken, zij zouden de enigen moeten zijn met het recht te zwijgen en de anderen zouden het verwijt moeten krijgen dat ze hun mond niet opendoen” (Geschiedenis, 169)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *